23 januari 2004


Koen Hagens


AMSTERDAM - Terwijl de wachttijd voor een betaalbaar optrekje in Amsterdam in de dubbele cijfers loopt, proberen Amsterdamse woningcorporaties voormalige sociale huurwoningen te verkopen. Zonder succes: in plaats van welgestelde kopers trekken krakers in de leegstaande huizen, zoals afgelopen zondag opnieuw gebeurde in de Staatsliedenbuurt. Wat is er aan de hand op de Amsterdamse woningmarkt?


De krakers van het pand in de Fannius Scholtenstraat, dat al langer dan een jaar leeg staat, willen met hun actie protesteren tegen wat zij noemen de 'uitverkoop van sociale huurwoningen'. Volgens Pim Krommenhoek, woordvoerder van woonstichting Rochdale en eigenaar van het pand, is de verkoop niet minder dan noodzakelijk. 'Sinds een aantal jaren krijgen woningcorporaties geen subsidie meer van het Rijk. Daar komt bij dat Amsterdam jarenlang een tekort aan duurdere huurwoningen en koopwoningen had. Daarom verkopen we nu huurwoningen. Uit de opbrengst kunnen we sociale woningbouw financieren.'

Vorig jaar verkochten Amsterdamse woningcorporaties op die manier meer dan duizend huurwoningen. Tot 2007 mogen de corporaties van de gemeente in totaal bijna 29.000 panden van de hand doen. Het lijkt een win-win situatie: de woningcorporaties blijven financieel gezond en armere buurten kunnen mensen met meer geld trekken.

Toch is er veel kritiek. Voor Jan Harink, actief voor comité Stop Afbraak Sociale Huisvesting (SASH), is de gang van zaken een gruwel. 'Er is al een tekort aan sociale huurwoningen. De wachttijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar. De plannen rond de verkoop van huurwoningen zijn gemaakt in tijden dat het economisch wat voorspoediger ging. Daarom zijn de prijzen nu te hoog en is er leegstand. Dat zal de komende jaren alleen maar erger worden.'

Bij woningstichting Rochdale zijn ze optimistischer. Krommenhoek: 'Bij dit gekraakte pand hadden we vertraging met de aanvraag van de benodigde vergunningen, waardoor het zo lang leeg staat. Dat was deels onze eigen schuld, we hebben de zaak teveel laten versloffen. Maar daarnaast is er op de gehele woningmarkt sprake van stagnatie. In de toekomst zal de vraag naar koopwoningen weer aantrekken. En we kunnen in de tussentijd natuurlijk altijd antikraakwachten inzetten.'
Bastiaan van Perlo, medewerker van de Huurdersvereniging Amsterdam, hekelt deze houding. Hij vindt dat de woningcorporaties leegstand kunnen voorkomen door van te voren de benodigde vergunningen te regelen en mogelijke kopers te informeren. 'In zekere zin zijn de corporaties op dit moment te rijk. Ze kunnen zich langdurige leegstand van hun panden veroorloven. Daarbij hopen ze dat er na verloop van tijd wél een gek is die een hoge prijs betaalt.'

Toch is de Huurdersvereniging niet tegen de verkoop van de panden, liefst aan de zittende huurders. 'Er is een grote behoefte aan koopwoningen in Amsterdam. Dat meet je niet door naar de wachtlijsten te kijken. Het gaat om de zogenaamde overmaat: mensen met hoge inkomens wonen in woningen met een lage huurprijs. Er moet meer doorstroming plaatsvinden.'

De Huurdersvereniging Amsterdam wil met de woningcorporatie afspraken maken over een maximale duur dat een pand leeg mag staan. Daarbij denkt Van Perlo aan een periode van bijvoorbeeld drie maanden. Bij overschrijding van die termijn moet het pand weer uit de verkoop worden gehaald en weer verhuurd worden.
'Daar zien we helemaal niks in', meldt woordvoerder Jeroen Frissen van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de vereniging van woningcorporaties in de hoofdstad. 'We maken al zoveel afspraken in Amsterdam, we stikken erin. Natuurlijk stellen we alles in het werk om leegstand te voorkomen. Maar periodieke leegstand is onvermijdelijk; mensen hebben bijvoorbeeld tijd nodig om te verhuizen. Wel kun je als woningcorporatie van tevoren het papierwerk, de vergunningen regelen. We willen ook van tevoren gaan inventariseren wie interesse heeft in een woning.
'Daarnaast gaat het inderdaad wel eens gewoon fout. Soms staan woningen echt te lang leeg. Maar van bewust panden leeg laten staan is bij Amsterdamse woningcorporaties geen sprake. We hebben al het beschikbare geld hard nodig.'

Jan Harink van SASH heeft weinig vertrouwen in de goede bedoelingen van de woningcorporaties. 'De corporaties gedragen zich steeds meer als een soort projectbureautjes. In plaats van dat ze het achterstallige onderhoud in huurhuizen bijwerken, pakken ze liever grote projecten aan waarbij hele buurten op de schop gaan. Daar krijgen ze immers geld voor van de gemeente. Wat op dit moment plaatsvindt in Amsterdam zie je ook al in steden als Parijs en Londen. Met een duur woord heet dat 'gentrification'. Er ontstaan dure stadscentra waar alleen nog rijken kunnen wonen. De overige mensen trekken naar de buitenwijken, of vallen helemaal buiten de boot.'