|
De Nieuwe Woningnood
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat de woningnood weer een belangrijk politiek item is. Optimisten
in negentiger jaren dachten dat de woningnood bij het ingaan van de nieuwe eeuw wel opgelost zou zijn. Momenteel
is de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning voor een starter 7 á 8 jaar en om een meer geschikte
woning te krijgen moet je gemiddeld al 13 á 14 jaar wachten. De politiek, vooral aan de rechterzijde, steekt
nog steeds de kop in het zand. Allerlei realiteit ontkennende clichés vliegen om onze oren: Er is een overmaat
van sociale woningen en dat ze niet beschikbaar zijn komt omdat er zoveel mensen scheef wonen. Die mensen moeten
doorstromen naar duurdere (koop)woningen, enz. enz..
Er is de laatste jaren in rapporten, vakbladen en in de pers al van alles geschreven over het verschijnsel van
de toenemende woningnood. Voor de bevolking komt het echter erg onduidelijk en chaotisch over. Wat zijn de oorzaken
en wat moeten we er aan doen?
Onlangs is er echter een helder geschreven boekje uitgekomen dat een goed en begrijpelijk antwoord geeft op deze
vragen: De Nieuwe Woningnood van Drs. Nico Schouten. Dat wordt uitgegeven door het wetenschappelijk bureau van
de SP, maar naar mijn overtuiging ook zeer geschikt voor mensen van andere politieke gezindten.
Helder wordt uiteengezet hoe het marktdenken de overhand kreeg in de politiek. In de jaren zeventig werd een hoogtepunt
van sociale huisvesting bereikt. In 1973 werden er 155.000 woningen gebouwd en wel voor 90 % sociaal met 'objectsubsidie'.
In de jaren tachtig onder de kabinetten Lubbers kwam het besef dat het wel erg veel kostte, mede omdat de huizen
groter, luxer en dus duurder werden. Door de toenemende welvaart konden steeds meer mensen zelf een behoorlijke
huur betalen en die hoeven niet gesubsidieerd te worden.
In 1989 pleitte staatssecretaris Heerma voor verzelfstandiging van de woningbouwverenigingen en afschaffing van
de gesubsidieerde woningen. De corporaties moesten 'hun broek ophouden' en meer marktconform' gaan werken. De individuele
huursubsidie maakte mogelijk dat mensen met een laag inkomen hun huur konden betalen.
Het paarse kabinet ging op deze weg door en er werd gepleit voor een veel groter deel koopwoningen. Dat moest naar
65 %. In de grote steden ligt dat moeilijk omdat daar van oudsher veel arbeiders naar toegingen en het niet zo
voor de hand ligt een etage te kopen en kopen ook niet zo aantrekkelijk is wanneer je in verband met de arbeidsmarkt
vaak moet verhuizen. Het was vooral staatssecretaris Remkes die dit beleid doordramde.
De Commerciële sector zag daar wel brood in. Het werd een gouden tijd voor projectontwikkelaars, aannemers,
vastgoedhandelaren, makelaars, notarissen, hypotheekbanken, investeerders, enz. Zij lobbyden natuurlijk bij de
overheid en zaten altijd dicht bij het vuur. Het meest problematisch was dat de corporaties zich ook zo gingen
gedragen. De huurdersinvloed werd nog verder verminderd doordat de woningbouwverenigingen werden omgevormd tot
stichtingen en samenwerkingsverbanden aangingen met projectontwikkelaars en vastgoedondernemingen. De huurders
kunnen nog maar weinig invloed uitoefenen.
Er kwamen grote herstructureringsprojecten: vooral de naoorlogse wijken moesten het ontgelden. Vele duizenden goede
en betaalbare woningen worden gesloopt en maken plaats voor dure huur en koopwoningen. De huizenmarkt was eind
negentiger jaren booming en de prijzen werden hoog opgedreven. Niet alleen door het marktmechanisme, maar ook door
de grondpolitiek en de bouwfraude. De markt speelde daar wel erg optimistisch op in en vergat dat het aantal mensen
dat het kan betalen niet zo snel toeneemt en zelfs kan afnemen als de economie tegenzit.
De corporaties werden ook onder druk gezet. Ze moesten de niet rendabele sociale nieuwbouw financieren door het
verkoop van sociale huurwoningen en het door sloop/nieuwbouw vervangen van onrendabele huurwoningen. Niet meer
de woningbehoefte, maar het marktmechanisme ging het gedrag van de corporaties bepalen.
En zo is alles uit de hand gelopen. Het is langzamerhand voor een groot deel van de Amsterdamse bevolking onmogelijk
geworden om nog binnen afzienbare tijd een woning te krijgen. De huren lopen steeds verder op en worden onbetaalbaar
voor velen. Het aantal ontruimingen door huurachterstand en executieverkoop neemt steeds meer toe, mede door de
economische crisis en bezuinigingen. Er is een overschot aan dure koopwoningen en kantoren ontstaan. Overal zie
te koop staande huizen en grote hoeveelheden kantoorruimte wordt te huur aangeboden.
De volkshuisvesting en de woningmarkt zijn vastgelopen. Een radicale beleidsverandering is nu noodzakelijk geworden:
- renovatie in plaats van sloop
- meer goedkopere bouw
- dure en ruimteverslindende bouw afremmen
- beteugeling van de stijging van de grondprijs
- verruiming van subsidies
- meer huur- en minder koopwoningen
- stoppen met de doorstroompolitiek. Al 40 jaar wil men 'scheefwoners' laten doorstromen, maar het blijkt gewoon
onmogelijk te zijn. Die scheefwoners hebben vaak geen reden om te verhuizen, zijn aangewezen op het schaarse middensegment
of moeten rekening houden met inkomensterugval (Ontslag, VUT, AOW, etc.)
- niet slopen en verkopen voor het 'differentiëren', maar investeren in de wijken.
- klantvriendelijkheid naar de sociale huurder
- bewonersparticipatie
- huurliberalisatiegrens verhogen
Er moet dus heel veel gaan gebeuren. Voordat de politiek zover is, is er al heel veel fout gegaan en zitten veel
mensen in de problemen. Maar de politiek moet niet zeggen dat er geen weg terug is!
Harry Rijpkema
Het boek is voor € 6.- verkrijgbaar via het wetenschappelijk bureau van de SP, Vijverhofstraat 65, 3032 SC Rotterdam.
Tel.: 010-2435566, email: wetenschappelijkbureau@sp.nl, www.sp.nl/onderzoek.
--------------------------------------------------------------------------------
|