Sociaal Plan

Spaarndammerbuurt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25 juni 2002

 

Inhoudsopgave

Inleiding

1. Algemeen

1.1 Geldigheid basis sociaal plan

1.2 Hardheidsclausule en begeleidingsgroep

1.3 Overleg en informatie

1.4 Beheer

2. De ingrepen

2.1 Kleine renovatie

2.2 Grote renovatie

2.3 Sloop

2.4 Geen ingreep in de woning, maar overlast van de omgeving

2.5 Samenvoegen van woningen

3. Herhuisvesting

3.1 Algemene afspraken

3.2 Bewonersbegeleiding

3.3 Voorrangspositie op de woningmarkt

3.4 Woningen voor ouderen

3.5 Garantie op passend aanbod in de nabije omgeving

3.6 Spijtoptantenregeling bij verhuizing buiten het stadsdeel

3.7 Informatievoorsprong bij huur en koop in het vernieuwingsgebied

3.8 Extra-kansregeling voor een nieuwbouwwoning

3.9 Verhuizen naar een woning die gesloopt wordt

3.10 Klussenbus

3.11 Afspraken op complexniveau

4. Financiële regelingen

4.1 Verhuis- en herinrichtingsvergoeding

4.2 Huurgewenning

 

 

 

Inleiding

In de Spaarndammerbuurt staat de komende jaren veel te gebeuren. Een groot deel van de woningen wordt aangepakt en ook de openbare ruimte wordt op verschillende plaatsen opnieuw ingericht. Samen met de komst van de woonwijk in de Houthavens, het Bedrijventerrein en de tunnel langs de Tasmanstraat/Spaarndammerdijk maakt de herstructurering van de Spaarndammerbuurt deel uit van het project SpaarndammerHout.

Het project SpaarndammerHout is een gezamenlijk project van het stadsdeel, Woonstichting De Key, Woningbedrijf Amsterdam en Patrimonium. Samen willen zij ervoor zorgen dat de Spaarndammerbuurt één wijk wordt met mooi opgeknapte en nieuwe woningen, waar de bewoners naar tevredenheid kunnen wonen en waar extra aandacht is voor het beheer van woningen en de woonomgeving. Leidend voor de wijze waarop de herstructurering wordt ingevuld is het Beleidsplan SpaarndammerHout (2001) van het stadsdeel (zie bijlage voor een samenvatting).

Volgens planning wordt meer dan de helft van de ongeveer 5.000 woningen in de Spaarndammerbuurt aangepakt. Voor het grootste deel betreft dit een kleine of grote renovatie. Ook worden woningen samengevoegd tot grotere woningen en maakt een klein deel van de woningen plaats voor nieuwbouw. Ook wordt een deel van de woningen verkocht, waarvan 50% bestemd is voor lagere inkomensgroepen.

Omdat de ingrepen aan de woningen en de woonomgeving veel consequenties hebben voor de bewoners is een sociaal plan opgesteld. Hierin worden de rechten en plichten van bewoners en corporaties tijdens én na de ingrepen omschreven. In het sociaal plan zijn geen afspraken opgenomen over de verkoop van woningen en over de verkoopvoorwaarden. Afgesproken is dat deze apart worden opgesteld.

Tegelijkertijd met de ontwikkeling van dit sociaal plan zijn er op stedelijk niveau afspraken gemaakt met betrekking tot de inhoud van sociale plannen bij vernieuwingsingrepen in Amsterdam. Deze afspraken zijn ondertekend door de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigers van de Amsterdamse stadsdelen, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Huurdersvereniging Amsterdam. De basis van het sociaal plan voor de Spaarndammerbuurt komt voort uit de stedelijke afspraken en bestaand beleid, aangevuld met afspraken die we specifiek voor de Spaarndammerbuurt hebben gemaakt. Ook deze afspraken gelden voor het totale project. Daarnaast kan een corporatie, het stadsdeel en bewonerscommissie op complexniveau specifieke afspraken. Een overzicht van waaruit deze afspraken kunnen bestaan is in hoofdstuk 3.11 beschreven.

Dit sociaal plan is tot stand gekomen door overleg tussen:

 

1. Algemeen

1.1 Geldigheid basis sociaal plan

Afspraken:

Naast deze overeenkomst geldt nog een aantal landelijke en stedelijke kaders. Deze gelden onverkort ook voor deze overeenkomst. Het gaat hier om:

Wanneer deze landelijke of stedelijke kaders wijzigen kan dit van invloed zijn op deze overeenkomst.

1.2 Hardheidsclausule en begeleidingsgroep

Afspraken:

1.3 Overleg en informatie

Afspraken:

    1. De talen waarin de informatie gegeven wordt
    2. De communicatiemiddelen die gebruikt worden (schriftelijk, informatiebijeenkomsten, etc.)
    3. Het moment waarop de informatie gegeven wordt.

Wanneer welke informatie?

Wanneer

Hoe

Wat

Door wie

Tenminste 1,5 jaar voor de start van de ingreep

  • Nieuwsbrief
  • Persoonlijke brief
  • Informatieavond
  • Contactpersoon
  • Stand van zaken, planvorming, planning
  • Gevolgen voor bewoners (algemeen)
  • Stadsdeel en corporaties

    Tenminste 1 jaar voor de start van de ingreep

    • Nieuwsbrief
    • Persoonlijke brief
    • Informatieavond
    • Contactpersoon
    • Spreekuur in de buurt
  • Goedkeuring plan, planning
  • Gevolgen voor bewoners (algemeen en concreet*)
  • Stadsdeel en corporaties

    1 jaar voor de start van de ingreep

    • Informatieboekje
    • Huisbezoek
    • Vaste begeleider
    • Vastgesteld plan, planning
    • Gevolgen voor bewoners (algemeen, concreet en persoonlijk*)
    • Inventarisatie woonwensen, extra hulp bij het zoeken naar een andere woning, e.d.

    Stadsdeel en corporaties

    Tot aan de start van de ingreep

    • Nieuwsbrief
    • Persoonlijke brief
    • Vaste begeleider
    • Hulp en begeleiding bij het zoeken naar andere woonruimte
    • Mogelijkheid voor het melden van klachten, overlast e.d. (woning en woonomgeving)

    Corporaties en stadsdeel

    Na de start van de ingreep

    • Nieuwsbrief
    • Enquête
    • Vaste begeleider
    • Spreekuur in de buurt**
  • Nazorg (is de uitplaatsing naar wens verlopen?), spijtoptantenregeling
  • Wat kunnen wij verbeteren voor de volgende complexen
  • Corporaties en stadsdeel

    * Algemene informatie = bijvoorbeeld: u moet t.z.t. verhuizen en wordt stadsvernieuwingskandidaat

    Concrete informatie = bijvoorbeeld: u moet per die datum verhuisd zijn, er zijn nieuwbouwwoningen die voor die tijd worden opgeleverd.

    Persoonlijke informatie (zoekprofiel) = bijvoorbeeld: u kunt inschrijven op een woning met zoveel kamers en met een huurprijs tussen € … en € …

    ** Spreekuur in de buurt: in iedere buurt is een aanspreekpunt van het projectbureau (van de corporatie) of de corporatie.

    1.4 Beheer

    Afspraken:

    1. Regeling voor klachten, meldpunt voor klachten
    2. Informatie aan omwonenden
    3. Afspraken over intensief onderhoud aan complex, tuinen en straten
    4. Specifieke maatregelen zoals verlichting, plaatsen van afvalcontainers e.d.
    5. Extra dienstverlening in de vorm van toezicht en onderhoud aan het complex
    6. Tijdelijke verhuur van leegkomende woningen
    7. Duur van het project

    Voor het maken van het beheerplan wordt aansluiting gezocht bij reeds bestaande overlegsituaties voor de Spaarndammerbuurt. Knelpunten worden regelmatig gesignaleerd en gezamenlijk wordt gezocht naar oplossingen.

    2. De ingrepen

    Bij de herstructureringsactiviteiten zijn er verschillende ingrepen die gevolgen hebben voor de woonsituatie van de bewoners:

    2.1 Kleine renovatie

    Onder een kleine renovatie of een niet ingrijpende renovatie wordt verstaan een renovatie waarvoor de bewoner niet hoeft te verhuizen. Wel is er vaak sprake van overlast waaruit onvermijdbare kosten voor herinrichting voortvloeien.

    Afhankelijk van het type werkzaamheden wordt door de corporatie een vergoeding uitgekeerd:

    1. € 500,-- bij minimaal twee van de volgende werkzaamheden:
      1. Het aanleggen van nieuwe standleidingen of wijzigingen van de maatvoering van kozijnen
      2. De vervanging van het plafond en/of de wandafwerking in een woonvertrek
      3. Het opheffen van technische gebreken aan de keukeninstallatie of aan de sanitaire ruimte
    1. € 1.400,-- bij:
      1. Het verbeteren of het aanbrengen van de keuken of sanitaire ruimte
      2. Het bouwkundig wijzigen van de vertrekken
      3. Het wijzigen van een aantal vertrekken

    Bij het plaatsen van uitsluitend centrale verwarming of dubbele beglazing is geen tegemoetkoming beschikbaar.

    Afspraken:

    2.2 Grote renovatie

    Onder een grote of ingrijpende renovatie wordt een renovatie verstaan die niet tijdens de bewoning

    uitgevoerd kan worden. Of een renovatie al dan niet tijdens bewoning uitgevoerd wordt bepaald door de corporatie en het stadsdeel tezamen.

    Bij een ingrijpende renovatie geldt een verhuiskostenvergoeding van € 4.500,--.

    Bij een ingrijpende renovatie kunnen legale hoofdbewoners in principe zonder toetsingsvoorwaarden terugkeren naar de woning, ongeacht inkomen en gezinssamenstelling.

    Afhankelijk van de situatie per project en bij transformatieprojecten kunnen legale hoofdbewoners:

    1. terugkeren in de eigen woning.
    2. terugkeren naar een passende woning binnen het complex
    3. Als stadsvernieuwingskandidaat verhuizen naar een andere woning.

    Bij terugkeer biedt de corporatie een wisselwoning aan.

    Afspraken:

    2.3 Sloop

    De plannen om een complex te slopen moeten worden bekrachtigd in een sloopbesluit. Een besluit tot sloop wordt genomen door corporatie en stadsdeel, waarbij bewoners inspraakrecht hebben op de besluiten die het stadsdeel neemt. Als het sloopbesluit is genomen stelt de Stedelijke Woningdienst de peildatum vast. Na de peildatum start de herhuisvesting van bewoners waarop in hoofdstuk 3 wordt ingegaan. Vanaf deze peildatum bestaat ook het recht op vergoedingen.

    Bij sloop geldt een verhuiskostenvergoeding van € 4.500,-.

    Het besluit tot sloop ligt tenminste 1 jaar voor de datum van de ingreep.

    De Peildatum wordt na overleg tussen bewoners(commissies) corporaties, stadsdeel vastgesteld door de Stedelijke Woningdienst en zo gekozen dat bewoners tenminste één jaar de tijd hebben voor het zoeken naar vervangende woonruimte. De peildatum wordt nà de vaststelling van de bouwplannen vastgesteld.

    Afspraken:

    2.4 Geen ingreep in de eigen woning, maar overlast van de omgeving

    Soms wordt in de eigen woning niets gedaan, maar wel in de omgeving. Als er sprake is van ernstige overlast kunnen stadsdeel en corporatie samen een verzoek bij de Stedelijke Woningdienst indienen om de bewoners van een bepaald complex de status van stadsvernieuwingbetrokkene te geven. Als het gemeentebestuur daarmee accoord gaat, kunnen deze bewoners op vrijwillige basis als voorrangskandidaat verhuizen naar een woning binnen het eigen stadsdeel.

    Stadsvernieuwingsbetrokkenen komen bij de kandidatenselectie nà de stadsvernieuwingskandidaten en de medische en sociale voorrangskandidaten. Er is voor stadsvernieuwingsbetrokkenen geen verhuiskostenvergoeding.

    2.5 Samenvoegen van woningen

    Bij samenvoegen worden van twee woningen of wooneenheden één gemaakt, of van drie twee, etc. Samenvoeging kan betrekking hebben op woningen die al leeg zijn of op woningen waarvan de bewoners nog uitgeplaatst moeten worden. Ook kunnen zolderruimtes worden geactiveerd.

    Afspraken:

     

    3. Herhuisvesting

    Corporaties zijn verantwoordelijk voor de herhuisvesting van bewoners. Voordat de herhuisvesting start worden alle bewoners thuis bezocht door een medewerker van de corporatie. Tijdens het huisbezoek wordt door een vaste medewerker van de corporatie informatie gegeven over de herhuisvestingsmogelijkheden die bij de bewoner passen. Deze mogelijkheden worden bepaald door persoonlijke factoren zoals inkomen, huishoudensamenstelling, leeftijd en woonduur. Na het huisbezoek ontvangt de bewoner een brief van de corporatie waarin staat welke herhuisvestingsmogelijkheden passen bij de persoonlijke factoren van de bewoner. Met de status van stadsvernieuwingskandidaat, die de bewoner krijgt omdat de bewoner moet verhuizen omdat zijn huis wordt gesloopt of ingrijpend wordt verbeterd, is de bewoner zelf in staat met voorrang passende huisvesting te vinden. Als stadsvernieuwingskandidaat kan met voorrang reageren op het gehele Amsterdamse aanbod dat in dit Woningnetmagazine gepubliceerd wordt. Op basis van de woonduur, dus niet de voorrang, kan de bewoner tevens reageren op het gehele regionale aanbod dat in het magazine gepubliceerd staat.

    3.1 Algemene afspraken

    3.2 Bewonersbegeleiding

    Bewoners zoeken in principe zelf via het aanbodsysteem van Woningnet een nieuwe woning. Dit sluit een actieve bemiddelende rol van de corporaties niet uit.

    Afspraken:

      1. Begeleiding bij het zoeken naar passende woningen in het Woningnet Magazine en bij de inschrijving hiervoor.
      2. Indien de inschrijving onvoldoende resultaat oplevert: het actief aanbieden van woningen.
      3. Begeleiding bij huuropzegging, tekenen van het huurcontract, het aanvragen van huursubsidie en het aanvragen van vergoedingen.
      4. Het bieden van maatwerk als individuele bewoners in de knel komen bij de herstructurering. Hiervoor kan een beroep op de hardheidsclausule worden gedaan.

    3.3 Voorrangspositie op de woningmarkt

      1. Calamiteiten (absolute voorrang)
      2. Stadsvernieuwingskandidaten
      3. Medische en sociale voorrangskandidaten
      4. Stadsvernieuwingsbetrokkenen
      5. Andere kandidaten

    3.4 Woningen voor ouderen

    Voor ouderen vanaf 65 jaar die uit hun huis moeten omdat het gesloopt of gerenoveerd wordt bestaat de mogelijkheid om te verhuizen naar een woning in een beschermde woonomgeving (Wibo). Deze Wibo´s zijn bij elkaar gelegen, zelfstandige woningen met in de directe omgeving een dienstencentrum. De soort en het aantal aan te bieden diensten verschilt per complex. Voor deze Wibo´s gelden speciale toewijzingsregels. Deze woningen worden aangeboden in het Woningnetmagazine. De helft van deze woningen wordt toegewezen aan kandidaten met een indicatie van de Stichting Tot en Met. Bij deze woningen gaan stadsvernieuwingskandidaten met een indicatie voor op andere kandidaten met een indicatie. De andere helft wordt toegewezen aan kandidaten zonder indicatie. De toewijzingsvolgorde is als volgt:

      1. 75+ stadsvernieuwingskandidaten
      2. 75+ voorrangskandidaten
      3. 75+ kandidaten op woonduur
      4. 65+stadsvernieuwingskandidaten
      5. 65+ voorrangskandidaten
      6. 65+ kandidaten op woonduur

    In het Woningnetmagazine staat bij sommige Wibo´s " Voorrang met indicatie Tot en Met" vermeld. Ook zonder indicatie kan men op deze woningen reageren. Het komt namelijk regelmatig voor dat er geen reacties zijn van mensen met een indicatie. In dat geval wordt de woning toegewezen volgens de hierboven genoemde volgorde. Een indicatie kan worden aangevraagd bij de Stichting Tot en Met.

    Afspraken:

    3.5 Garantie op passend aanbod in de nabije omgeving

    3.6 Spijtoptantenregeling bij verhuizing buiten het stadsdeel

    De corporaties garanderen dat stadsvernieuwingskandidaten die hebben gekozen voor herhuisvesting buiten het stadsdeel en daarvan spijt krijgen, de mogelijkheid krijgen om terug te keren naar een passende woning in het stadsdeel van herkomst. Deze bewoners dienen dit binnen een jaar na verhuizing bekend te maken bij de corporatie van herkomst. Op basis van de oude woonduur kunnen zij binnen een periode van drie jaar een tweede maal (maar dan als doorstromer) reageren op vrijkomende huurwoningen in stadsdeel Westerpark. Zij kunnen drie jaar van deze mogelijkheid gebruik maken. Er wordt niet een tweede keer een bijdrage in de verhuiskosten uitgekeerd.

    3.7 Informatievoorsprong bij huur en koop in het vernieuwingsgebied

    De partijen stellen belangstellende bewoners van de Spaarndammerbuurt als eerste op de hoogte van vrijkomend aanbod aan nieuwbouwwoningen en gerenoveerde woningen (huur en koop) binnen het hele project SpaarndammerHout. Dit geldt dus ook voor de nieuwbouw in de Houthavens. Belangstellende bewoners uit de Spaarndammerbuurt kunnen hier als eerste op intekenen.

    De volgordebepaling naar voorrang bij huurwoningen is:

    1. Stadsvernieuwingskandidaten uit het vernieuwingsgebied die daar tenminste 5 jaar wonen.
    2. Stadsvernieuwingskandidaten uit de rest van het stadsdeel die daar tenminste 5 jaar wonen.
    3. Overige stadsvernieuwingskandidaten.

    Ten aanzien van koopwoningen geldt dat verkoop materiaal als eerste verspreid wordt onder de belangstellende stadsvernieuwingskandidaten uit de Spaarndammerbuurt. Vrijkomende koopwoningen worden in eerste instantie gepubliceerd in de Buurtkrant, een uitgave van het Wijkopbouworgaan. De verkopende corporatie stelt de criteria voor de volgordebepaling bij de toewijzing van koopwoningen vast.

    3.8 Extra-kansregeling voor een nieuwbouwwoning

    Indien stadsvernieuwingskandidaten door omstandigheden niet in aanmerking komen voor een nieuwbouwwoning in het vernieuwingsgebied van herkomst kunnen zij indien gewenst een extra kans krijgen op latere nieuwbouw in het betreffende vernieuwingsgebied. Genoemde bewoners worden dan eerst naar keuze elders gehuisvest, op basis van hun stedelijke vernieuwingsstatus, maar kunnen nog tot drie jaar na uitplaatsing opteren voor een nieuwbouwwoning in het vernieuwingsgebied van herkomst. Zij dienen dit op moment van uitplaatsing aan te geven en komen op een extra-kanslijst te staan. Zij behouden hun woonduur ten tijde van de peildatum. De woning moet wel passend zijn; er geldt dus wel een toets naar inkomen en gezinssamenstelling.

    De "latere nieuwbouw " wordt vervolgens in eerste instantie aangeboden aan stadsvernieuwingskandidaten die op dat moment stadsvernieuwingskandidaat zijn. In tweede instantie wordt deze nieuwbouw aangeboden aan kandidaten op de extra-kanslijst. Criteria voor het bepalen van de volgorde zijn passendheid en woonduur. Indien ene bewoner in het kader van de extra-kansregeling in aanmerking komt voor een nieuwbouwwoning kan deze geen aanspraak maken op een bijdrage in de verhuiskosten. Deze wordt éénmaal verstrekt.

    Samenvattend is de volgordebepaling van stadsvernieuwingskandidaten voor nieuwbouwwoningen binnen het project SpaarndammerHout (Spaarndammerbuurt én Houthavens) als volgt:

    1. Stadsvernieuwingskandidaten die al 5 jaar in de Spaarndammerbuurt wonen.
    2. Extra-kansers uit de Spaarndammerbuurt die elders wonen en in de 3 voorgaande jaren wegens sloop-nieuwbouw of hoogniveau-renovatie niet konden terugkeren in de Spaarndammerbuurt of de Houthavens.
    3. Overige stadsvernieuwingskandidaten.

    3.9 Verhuizen naar een woning die gesloopt wordt

    Om te voorkomen dat bewoners uit een herstructureringscomplex ongewild opnieuw te maken krijgt met stedelijke vernieuwing (sloop of ingrijpende renovatie) zijn de volgende afspraken gemaakt:

    Het is mogelijk dat ondanks de voorzorgsmaatregelen er toch bewoners zijn die opnieuw te maken krijgen stedelijke vernieuwing. Hiervoor is de volgende afspraak gemaakt:

    3.10 "Klussenbus"

    3.11 Afspraken op complexniveau

    Naast collectieve afspraken die voor alle renovatie-, samenvoeg- en sloopprojecten van toepassing zijn, worden er op complexniveau specifieke afspraken gemaakt tussen corporatie en bewonerscommissie. Te denken valt aan afspraken op de volgende gebieden:

    Een en ander wordt vastgelegd in een renovatiecontract

     

    4. Financiële regelingen

    In dit hoofdstuk staan de financiële regelingen vermeld die betrekking hebben op ondersteuning van bewoners bij stedelijke vernieuwingsingrepen. Andere algemenere regelingen van het rijk of van de gemeente zijn buiten beschouwing gelaten, waaronder huursubsidie, koopsubsidie, woonlastenfonds en de Amsterdamse Middensegment Hypotheek.

    4.1 Verhuis- en herinrichtingsvergoeding

    € 4.500,-. Om hiervoor in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals ze zijn vastgelegd inde Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Amsterdam 2001 (hoofdstuk 4) en voor zover deze subsidieverordening van kracht is. Één van deze voorwaarden is bijvoorbeeld dat alleen een verhuiskostenvergoeding wordt uitgekeerd als de sloop of ingrijpende renovatie van een woning is opgenomen in het stedelijk vernieuwingsplan.

    4.2 Huurgewenning

    Er is een huurgewenningsbijdrage voor huurders met een inkomen tussen de grens van de individuele huursubsidie en de ziekenfondsgrens die bij verhuizing een huursprong maken van meer dan € 50,-- per maand. De bijdrage bedraagt het eerste jaar 75% van het verschil tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,--, het tweede jaar 50% van het verschil tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,-- en het derde jaar 25% van het verschil in huurprijs tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,--. De bijdrage wordt betaald door de uitplaatsende corporatie. Bij een huursprong van € 180,-- of meer ( € 180 minus € 50) geldt een maximumbijdrage van € 130,--