Sociaal Plan
Spaarndammerbuurt
25 juni 2002
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Algemeen
1.1 Geldigheid basis sociaal plan
1.2 Hardheidsclausule en begeleidingsgroep
1.3 Overleg en informatie
1.4 Beheer
2. De ingrepen
2.1 Kleine renovatie
2.2 Grote renovatie
2.3 Sloop
2.4 Geen ingreep in de woning, maar overlast van de omgeving
2.5 Samenvoegen van woningen
3. Herhuisvesting
3.1 Algemene afspraken
3.2 Bewonersbegeleiding
3.3 Voorrangspositie op de woningmarkt
3.4 Woningen voor ouderen
3.5 Garantie op passend aanbod in de nabije omgeving
3.6 Spijtoptantenregeling bij verhuizing buiten het stadsdeel
3.7 Informatievoorsprong bij huur en koop in het vernieuwingsgebied
3.8 Extra-kansregeling voor een nieuwbouwwoning
3.9 Verhuizen naar een woning die gesloopt wordt
3.10 Klussenbus
3.11 Afspraken op complexniveau
4. Financiële regelingen
4.1 Verhuis- en herinrichtingsvergoeding
4.2 Huurgewenning
Inleiding
In de Spaarndammerbuurt staat de komende jaren veel te gebeuren. Een groot deel van de woningen wordt aangepakt en ook de openbare ruimte wordt op verschillende plaatsen opnieuw ingericht. Samen met de komst van de woonwijk in de Houthavens, het Bedrijventerrein en de tunnel langs de Tasmanstraat/Spaarndammerdijk maakt de herstructurering van de Spaarndammerbuurt deel uit van het project SpaarndammerHout.
Het project SpaarndammerHout is een gezamenlijk project van het stadsdeel, Woonstichting De Key, Woningbedrijf Amsterdam en Patrimonium. Samen willen zij ervoor zorgen dat de Spaarndammerbuurt één wijk wordt met mooi opgeknapte en nieuwe woningen, waar de bewoners naar tevredenheid kunnen wonen en waar extra aandacht is voor het beheer van woningen en de woonomgeving. Leidend voor de wijze waarop de herstructurering wordt ingevuld is het Beleidsplan SpaarndammerHout (2001) van het stadsdeel (zie bijlage voor een samenvatting).
Volgens planning wordt meer dan de helft van de ongeveer 5.000 woningen in de Spaarndammerbuurt aangepakt. Voor het grootste deel betreft dit een kleine of grote renovatie. Ook worden woningen samengevoegd tot grotere woningen en maakt een klein deel van de woningen plaats voor nieuwbouw. Ook wordt een deel van de woningen verkocht, waarvan 50% bestemd is voor lagere inkomensgroepen.
Omdat de ingrepen aan de woningen en de woonomgeving veel consequenties hebben voor de bewoners is een sociaal plan opgesteld. Hierin worden de rechten en plichten van bewoners en corporaties tijdens én na de ingrepen omschreven. In het sociaal plan zijn geen afspraken opgenomen over de verkoop van woningen en over de verkoopvoorwaarden. Afgesproken is dat deze apart worden opgesteld.
Tegelijkertijd met de ontwikkeling van dit sociaal plan zijn er op stedelijk niveau afspraken gemaakt met betrekking tot de inhoud van sociale plannen bij vernieuwingsingrepen in Amsterdam. Deze afspraken zijn ondertekend door de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigers van de Amsterdamse stadsdelen, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Huurdersvereniging Amsterdam. De basis van het sociaal plan voor de Spaarndammerbuurt komt voort uit de stedelijke afspraken en bestaand beleid, aangevuld met afspraken die we specifiek voor de Spaarndammerbuurt hebben gemaakt. Ook deze afspraken gelden voor het totale project. Daarnaast kan een corporatie, het stadsdeel en bewonerscommissie op complexniveau specifieke afspraken. Een overzicht van waaruit deze afspraken kunnen bestaan is in hoofdstuk 3.11 beschreven.
Dit sociaal plan is tot stand gekomen door overleg tussen:
- Woonstichting De Key
- Woningbedrijf Amsterdam (binnenkort samen met Bouwfonds VOF BB De Dijk)
- Patrimonium
- Stadsdeel Westerpark
- Wijk Opbouw Orgaan Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt
- Een klankbordgroep van vertegenwoordigers van bewonerscommissies
1. Algemeen
1.1 Geldigheid basis sociaal plan
Afspraken:
- Het sociaal plan geldt onverkort voor alle projecten in de Spaarndammerbuurt.
- Particuliere eigenaren hebben geen bevoegdheid om bewoners de voorrangspositie van stadsvernieuwingskandidaat te verlenen. Alleen corporaties en de Stedelijke Woningdienst hebben deze bevoegdheid. Dit betekent in de praktijk dat particuliere eigenaren de herhuisvesting van bewoners moeten uitbesteden aan een instantie die dit mede heeft ondertekend. Daarmee is ook de positie van huurders van particuliere woningen bij ingrijpende renovatie of sloop zeker gesteld en geldt het sociaal plan ook voor hen. Het stadsdeel geeft aan particuliere eigenaren alleen toestemming voor ingrijpende renovatie of sloop indien zij dit sociaal plan onderschrijven.
- Dit sociaal plan biedt een basis. Daarnaast wordt op complexniveau in overleg tussen corporatie, bewonerscommissie en stadsdeel maatwerk geleverd, voor zover dit niet strijdig is met de hier overeengekomen afspraken
- Het sociaal plan wordt periodiek getoetst door een hiervoor in te stellen toetsingscommissie bestaande uit een vertegenwoordiging van het stadsdeel, de corporaties en bewoners. Na toetsing kan het sociaal plan worden bijgesteld. Door deze evaluatie wordt gestreefd naar een dynamisch en daarmee functioneel sociaal plan wat meerdere jaren (de duur van de totale herstructurering van de Spaarndammerbuurt) van toepassing kan zijn.
Naast deze overeenkomst geldt nog een aantal landelijke en stedelijke kaders. Deze gelden onverkort ook voor deze overeenkomst. Het gaat hier om:
- De Amsterdamse kaderafspraken voor sociale plannen bij sloop en renovatie 2002-2007
- De Huursubsidiewet
- De Wet bevordering eigen woningbezit (koopsubsidie)
- De Beleidsovereenkomst wonen Amsterdam 2001-2002
- De Huisvestingsverordening Gemeente Amsterdam 1999
- Het Convenant Woonruimteverdeling tussen de Gemeente Amsterdam en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties 1999
- De Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Amsterdam 2001
- De Amsterdamse Middensegment Hypotheek
- De Verordening op het Woonlastenfonds
- Het Draaiboek woonruimteverdeling 2001
- De Amsterdamse Leidraad voor participatie bij wijkvernieuwing 2001
- De Woningwet
Wanneer deze landelijke of stedelijke kaders wijzigen kan dit van invloed zijn op deze overeenkomst.
1.2 Hardheidsclausule en begeleidingsgroep
Afspraken:
- Het is mogelijk dat op grond van individuele omstandigheden wordt afgeweken van dit sociaal plan. Deze clausule werkt twee kanten op. De bewoner die meent door de regels uit het sociaal plan onredelijk wordt benadeeld kan hier een beroep op doen. Anderzijds kan een corporatie er een beroep op doen als zij meent dat het sociaal plan een onredelijk effect heeft op een individueel geval. Zo kan het onverkort recht op terugkeer in de woning tot effect hebben dat een alleenstaande met een laag inkomen plotseling een zeer grote woning kan behouden die hoogwaardig (duur) is gerenoveerd, met behoud van huursubsidie. Het stadsdeel kan in het geval van onenigheid tussen bewoner en corporatie een bemiddelende rol spelen.
- Er wordt een speciale begeleidingsgroep opgericht, die tot taak heeft zich bezig te houden met bijzondere gevallen en crisissituaties. In de groep zitten vertegenwoordigers van het Wijk Opbouw Orgaan, het stadsdeel en de woningcorporaties. Zo nodig wordt deze groep aangevuld met (onafhankelijk) iemand die op financieel, juridisch of maatschappelijk gebied bijstand kan geven.
1.3 Overleg en informatie
Afspraken:
- Bij het verstrekken van informatie aan bewoners wordt maatwerk geleverd. Dat wil zeggen dat voor ieder project in overleg met de bewoners(commissie) wordt bepaald op welke manier de bewoners geïnformeerd worden. In het overleg worden afspraken gemaakt over:
- De talen waarin de informatie gegeven wordt
- De communicatiemiddelen die gebruikt worden (schriftelijk, informatiebijeenkomsten, etc.)
- Het moment waarop de informatie gegeven wordt.
- Het stadsdeel en de corporaties werken samen bij het geven van informatie aan bewoners, maar hebben elk een eigen verantwoordelijkheid. Het stadsdeel is verantwoordelijk voor informatie over onderwerpen waar het stadsdeel beslissingen neemt en dat zijn het sloopbesluit, de peildatum en over het sociaal plan. De corporatie is verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie over alle door haar genomen besluiten die verband houden met de uit te voeren werkzaamheden aan de woningen.
- Voordat het plan voor sloop/nieuwbouw of renovatie is vastgesteld stellen het stadsdeel en de corporatie belanghebbende bewoners op de hoogte van de voortgang en de mogelijkheden om wijzigingen aan te brengen.
Wanneer welke informatie?
|
Wanneer |
Hoe |
Wat |
Door wie |
|
Tenminste 1,5 jaar voor de start van de ingreep |
- Nieuwsbrief
- Persoonlijke brief
- Informatieavond
- Contactpersoon
|
Stand van zaken, planvorming, planning
Gevolgen voor bewoners (algemeen)
|
Stadsdeel en corporaties |
|
Tenminste 1 jaar voor de start van de ingreep |
- Nieuwsbrief
- Persoonlijke brief
- Informatieavond
- Contactpersoon
- Spreekuur in de buurt
|
Goedkeuring plan, planning
Gevolgen voor bewoners (algemeen en concreet*)
|
Stadsdeel en corporaties |
|
1 jaar voor de start van de ingreep
|
- Informatieboekje
- Huisbezoek
- Vaste begeleider
|
- Vastgesteld plan, planning
- Gevolgen voor bewoners (algemeen, concreet en persoonlijk*)
- Inventarisatie woonwensen, extra hulp bij het zoeken naar een andere woning, e.d.
|
Stadsdeel en corporaties |
|
Tot aan de start van de ingreep
|
- Nieuwsbrief
- Persoonlijke brief
- Vaste begeleider
|
- Hulp en begeleiding bij het zoeken naar andere woonruimte
- Mogelijkheid voor het melden van klachten, overlast e.d. (woning en woonomgeving)
|
Corporaties en stadsdeel |
|
Na de start van de ingreep
|
- Nieuwsbrief
- Enquête
- Vaste begeleider
- Spreekuur in de buurt**
|
Nazorg (is de uitplaatsing naar wens verlopen?), spijtoptantenregeling
Wat kunnen wij verbeteren voor de volgende complexen
|
Corporaties en stadsdeel |
* Algemene informatie = bijvoorbeeld: u moet t.z.t. verhuizen en wordt stadsvernieuwingskandidaat
Concrete informatie = bijvoorbeeld: u moet per die datum verhuisd zijn, er zijn nieuwbouwwoningen die voor die tijd worden opgeleverd.
Persoonlijke informatie (zoekprofiel) = bijvoorbeeld: u kunt inschrijven op een woning met zoveel kamers en met een huurprijs tussen € … en € …
** Spreekuur in de buurt: in iedere buurt is een aanspreekpunt van het projectbureau (van de corporatie) of de corporatie.
1.4 Beheer
Afspraken:
- Het is van belang dat de leefbaarheid in de buurten op peil wordt gehouden tijdens de werkzaamheden in de Spaarndammerbuurt, zowel fysiek als sociaal. Dit uitgangspunt wordt vormgegeven door voor ieder project een beheerplan op te stellen. Dit plan wordt gemaakt door de corporaties en het stadsdeel, waarbij wordt opgemerkt dat zij verschillende verantwoordelijkheden hebben. De bewoners(organisaties) kunnen gevraagd en ongevraagd adviseren over de gewenste beheermaatregelen. In het beheerplan worden de volgende zaken afgesproken:
- Regeling voor klachten, meldpunt voor klachten
- Informatie aan omwonenden
- Afspraken over intensief onderhoud aan complex, tuinen en straten
- Specifieke maatregelen zoals verlichting, plaatsen van afvalcontainers e.d.
- Extra dienstverlening in de vorm van toezicht en onderhoud aan het complex
- Tijdelijke verhuur van leegkomende woningen
- Duur van het project
Voor het maken van het beheerplan wordt aansluiting gezocht bij reeds bestaande overlegsituaties voor de Spaarndammerbuurt. Knelpunten worden regelmatig gesignaleerd en gezamenlijk wordt gezocht naar oplossingen.
- Om het beheer op het gebied van wonen en woonomgeving verder te verbeteren wordt gestreefd naar een Wijk Beheer Centrum, dat dient als één loket voor dienstverlening en informatie op het gebied van wonen en woonomgeving. Achter dit loket dienen betrokken partijen als het buurtbeheer, het Wijk Opbouw Orgaan, de corporaties, het Meldpunt Extreme Overlast en de buurtregisseur samen te werken. Dit loket dient laagdrempelig en goed zichtbaar te zijn op een centrale plaats in de Spaarndammerbuurt.
2. De ingrepen
Bij de herstructureringsactiviteiten zijn er verschillende ingrepen die gevolgen hebben voor de woonsituatie van de bewoners:
- Kleine renovatie
- Grote renovatie
- Sloop
- Geen ingreep in de woning, maar overlast van herstructureringswerkzaamheden in de buurt
- Samenvoegen van woningen
2.1 Kleine renovatie
Onder een kleine renovatie of een niet ingrijpende renovatie wordt verstaan een renovatie waarvoor de bewoner niet hoeft te verhuizen. Wel is er vaak sprake van overlast waaruit onvermijdbare kosten voor herinrichting voortvloeien.
Afhankelijk van het type werkzaamheden wordt door de corporatie een vergoeding uitgekeerd:
- € 500,-- bij minimaal twee van de volgende werkzaamheden:
- Het aanleggen van nieuwe standleidingen of wijzigingen van de maatvoering van kozijnen
- De vervanging van het plafond en/of de wandafwerking in een woonvertrek
- Het opheffen van technische gebreken aan de keukeninstallatie of aan de sanitaire ruimte
- € 1.400,-- bij:
- Het verbeteren of het aanbrengen van de keuken of sanitaire ruimte
- Het bouwkundig wijzigen van de vertrekken
- Het wijzigen van een aantal vertrekken
Bij het plaatsen van uitsluitend centrale verwarming of dubbele beglazing is geen tegemoetkoming beschikbaar.
Afspraken:
- Er wordt een renovatiecontract opgesteld waarin staat welke werkzaamheden worden uitgevoerd, wat de gevolgen voor de huur zijn, hoe lang het gaat duren, wat te doen bij later opleveren, en schade e.d.
- Op medische of sociale gronden kan een wisselwoning beschikbaar worden gesteld.
- Voornoemde vergoedingen worden uitgekeerd aan bewoners die op de woning blijven of terugkeren na een verblijf in een wisselwoning. Bewoners die vrijwillig verhuizen, terwijl dat niet technisch noodzakelijk is, komen niet in aanmerking voor een vergoeding. Deze bewoners hebben geen voorrangspositie, maar zijn wel stadsvernieuwingsbetrokkene.
2.2 Grote renovatie
Onder een grote of ingrijpende renovatie wordt een renovatie verstaan die niet tijdens de bewoning
uitgevoerd kan worden. Of een renovatie al dan niet tijdens bewoning uitgevoerd wordt bepaald door de corporatie en het stadsdeel tezamen.
Bij een ingrijpende renovatie geldt een verhuiskostenvergoeding van € 4.500,--.
Bij een ingrijpende renovatie kunnen legale hoofdbewoners in principe zonder toetsingsvoorwaarden terugkeren naar de woning, ongeacht inkomen en gezinssamenstelling.
Afhankelijk van de situatie per project en bij transformatieprojecten kunnen legale hoofdbewoners:
- terugkeren in de eigen woning.
- terugkeren naar een passende woning binnen het complex
- Als stadsvernieuwingskandidaat verhuizen naar een andere woning.
Bij terugkeer biedt de corporatie een wisselwoning aan.
Afspraken:
- De huur van de wisselwoning is nooit hoger dan de huur van de oude woning.
- In een wisselwoningcontract tussen corporatie en huurder worden afspraken gemaakt over huur, duur van het verblijf op de wisselwoning, een eventuele vergoeding bij het later opleveren van de woning e.d.
- Indien de wisselwoning ligt in het complex waarvoor tijdelijke verhuur geldt, dan is de huurprijs van de wisselwoning hierop aangepast.
- De bewoner krijgt voor de verhuizing tenminste twee weken de tijd.
- De wisselwoning is gestoffeerd en gesausd of behangen.
- Er wordt een renovatiecontract opgesteld waarin staat welke werkzaamheden worden uitgevoerd, wat de gevolgen voor de huur zijn, hoe lang het gaat duren, wat te doen bij later opleveren, en schade e.d..
- De afspraken rond vaststelling van de peildatum, verhuurzaken en eventueel zelfaangebrachte voorzieningen zijn dezelfde als bij sloop.
- Conform de regels van de Stedelijke Woningdienst worden indien nodig in de aanloop naar het renovatietraject al woningen gereserveerd.
2.3 Sloop
De plannen om een complex te slopen moeten worden bekrachtigd in een sloopbesluit. Een besluit tot sloop wordt genomen door corporatie en stadsdeel, waarbij bewoners inspraakrecht hebben op de besluiten die het stadsdeel neemt. Als het sloopbesluit is genomen stelt de Stedelijke Woningdienst de peildatum vast. Na de peildatum start de herhuisvesting van bewoners waarop in hoofdstuk 3 wordt ingegaan. Vanaf deze peildatum bestaat ook het recht op vergoedingen.
Bij sloop geldt een verhuiskostenvergoeding van € 4.500,-.
Het besluit tot sloop ligt tenminste 1 jaar voor de datum van de ingreep.
De Peildatum wordt na overleg tussen bewoners(commissies) corporaties, stadsdeel vastgesteld door de Stedelijke Woningdienst en zo gekozen dat bewoners tenminste één jaar de tijd hebben voor het zoeken naar vervangende woonruimte. De peildatum wordt nà de vaststelling van de bouwplannen vastgesteld.
Afspraken:
- De nettohuur wordt vanaf de peildatum bevroren.
- De woning moet bij de verhuizing in verhuurbare staat worden achtergelaten.
- Uitgangspunt is de leefbaarheid in de complexen zoveel mogelijk te waarborgen (door de corporaties). Vanaf anderhalf jaar voor de geplande sloop- of renovatiedatum (dus in de meeste gevallen 6 maanden voor de peildatum) worden leegkomende woningen tijdelijk verhuurd voor een passend huurniveau. Leidraad voor de hoogte van de huur is de Verordening tijdelijke verhuur.
- Bij grotere projecten kan een fasering worden aangebracht, waarbij verschillende peildata worden gehanteerd. De peildata en fasering worden zodanig gekozen dat er voor bewoners optimale herhuisvestings- mogelijkheden ontstaan.
- Indien bij een project sprake is van bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld de herhuisvesting van veel grote gezinnen of ouderen kan de herhuisvestingsperiode verlengd worden tot maximaal 18 maanden.
- Bewoners worden direct na vaststelling schriftelijk en mondeling (op een informatiebijeenkomst) door het stadsdeel en corporatie geïnformeerd over het sloopbesluit (of besluit tot ingrijpende renovatie, de peildatum en de fasering). Tevens worden zij op dat moment geïnformeerd over het sociaal plan. Na de vastgestelde peildatum worden bij alle bewoners die niet kunnen terugkeren op hun woning huisbezoeken afgelegd.
- Tussen het sloopbesluit en de peildatum worden door de corporaties bij alle bewoners huisbezoeken afgelegd. Op de peildatum zijn alle bewoners bezocht en in het bezit van de persoonlijke stadsvernieuwingsstatus en het zoekprofiel.
- Vanaf de peildatum ontvangen de bewoners het Woningnetmagazine.
2.4 Geen ingreep in de eigen woning, maar overlast van de omgeving
Soms wordt in de eigen woning niets gedaan, maar wel in de omgeving. Als er sprake is van ernstige overlast kunnen stadsdeel en corporatie samen een verzoek bij de Stedelijke Woningdienst indienen om de bewoners van een bepaald complex de status van stadsvernieuwingbetrokkene te geven. Als het gemeentebestuur daarmee accoord gaat, kunnen deze bewoners op vrijwillige basis als voorrangskandidaat verhuizen naar een woning binnen het eigen stadsdeel.
Stadsvernieuwingsbetrokkenen komen bij de kandidatenselectie nà de stadsvernieuwingskandidaten en de medische en sociale voorrangskandidaten. Er is voor stadsvernieuwingsbetrokkenen geen verhuiskostenvergoeding.
2.5 Samenvoegen van woningen
Bij samenvoegen worden van twee woningen of wooneenheden één gemaakt, of van drie twee, etc. Samenvoeging kan betrekking hebben op woningen die al leeg zijn of op woningen waarvan de bewoners nog uitgeplaatst moeten worden. Ook kunnen zolderruimtes worden geactiveerd.
Afspraken:
- Samenvoeging is een verbetermaatregel waarbij technisch noodzakelijke ontruiming van alle huishoudens van de samen te voegen woningen aan de orde kan zijn. De bewoners worden stadsvernieuwingskandidaat.
- In de meerderheid van de gevallen zullen de oorspronkelijke bewoners niet terug kunnen keren naar de samengevoegde woning, omdat de woning niet meer passend is (omvang huishouden, inkomen).
- Alleen indien de woning passend is voor het huishouden is eventuele terugkeer aan de orde. Recht op terugkeer bestaat niet, want de oorspronkelijke woning is komen te vervallen
3. Herhuisvesting
Corporaties zijn verantwoordelijk voor de herhuisvesting van bewoners. Voordat de herhuisvesting start worden alle bewoners thuis bezocht door een medewerker van de corporatie. Tijdens het huisbezoek wordt door een vaste medewerker van de corporatie informatie gegeven over de herhuisvestingsmogelijkheden die bij de bewoner passen. Deze mogelijkheden worden bepaald door persoonlijke factoren zoals inkomen, huishoudensamenstelling, leeftijd en woonduur. Na het huisbezoek ontvangt de bewoner een brief van de corporatie waarin staat welke herhuisvestingsmogelijkheden passen bij de persoonlijke factoren van de bewoner. Met de status van stadsvernieuwingskandidaat, die de bewoner krijgt omdat de bewoner moet verhuizen omdat zijn huis wordt gesloopt of ingrijpend wordt verbeterd, is de bewoner zelf in staat met voorrang passende huisvesting te vinden. Als stadsvernieuwingskandidaat kan met voorrang reageren op het gehele Amsterdamse aanbod dat in dit Woningnetmagazine gepubliceerd wordt. Op basis van de woonduur, dus niet de voorrang, kan de bewoner tevens reageren op het gehele regionale aanbod dat in het magazine gepubliceerd staat.
3.1 Algemene afspraken
- Het uitgangspunt is dat er geen gedwongen uitplaatsingen plaatsvinden.
- Een huurcontract kan niet zomaar ontbonden worden. De corporatie spant zich in om voor alle zittende legale huurders een passende oplossing te vinden.
- Corporaties en het stadsdeel spannen zich in om bewoners zoveel mogelijk naar wens, maar wel passend, te herhuisvesten. Dat betekent dat in de planning en fasering rekening gehouden wordt met de herhuisvesting van de huidige bewoners.
- Nieuwbouwwoningen worden zo snel mogelijk in de krant (op tekening) aangeboden, zodat stadsvernieuwingskandidaten in een vroeg stadium duidelijkheid krijgen over hun herhuisvestingsmogelijkheden.
- Zo nodig wordt een wisselwoning aangeboden.
- De corporaties werken samen op het gebied van de wisselwoningen in de vorm van een wisselwoningenpool, zodat leegstand zoveel mogelijk voorkomen wordt en de wisselwoningen niet ten koste van het normale woningaanbod gaan.
3.2 Bewonersbegeleiding
Bewoners zoeken in principe zelf via het aanbodsysteem van Woningnet een nieuwe woning. Dit sluit een actieve bemiddelende rol van de corporaties niet uit.
Afspraken:
- Bij de individuele begeleiding van bewoners die wegens sloop of ingrijpende renovatie moeten verhuizen wordt maatwerk geleverd. Tijdens het herhuisvestingstraject is regelmatig contact tussen de bewonersbegeleider van de corporatie en de bewoner. Tijdens deze gesprekken komen de mogelijkheden voor andere woonruimte aan de orde, wordt de behoefte aan hulp onderzocht en wordt bemiddeling aangeboden. De geboden begeleiding hangt af van de wensen en mogelijkheden van de bewoner en kan bestaan uit de volgende onderdelen:
- Begeleiding bij het zoeken naar passende woningen in het Woningnet Magazine en bij de inschrijving hiervoor.
- Indien de inschrijving onvoldoende resultaat oplevert: het actief aanbieden van woningen.
- Begeleiding bij huuropzegging, tekenen van het huurcontract, het aanvragen van huursubsidie en het aanvragen van vergoedingen.
- Het bieden van maatwerk als individuele bewoners in de knel komen bij de herstructurering. Hiervoor kan een beroep op de hardheidsclausule worden gedaan.
- In crisisgevallen of extreme situaties kunnen corporaties, in overleg met het stadsdeel en het Wijk Opbouw Orgaan begeleiding bieden. Zie ook paragraaf 1.2.
- Ouderen krijgen extra hulp en begeleiding bij het zoeken naar een andere woning. Zij worden in een complex dat aangepakt wordt als eerste bezocht, zodat er ruim de tijd is voor het zoeken naar een andere woning. Indien nodig wordt contact gezocht met andere hulpverlenende instanties.
- De kwaliteit van de begeleiding en de inhoud van het sociaal plan worden getoetst door na het herhuisvestingsproces een tevredenheidsonderzoek in de vorm van een enquête te houden onder de bewoners die als stadsvernieuwingskandidaat verhuisd zijn. In het onderzoek worden onder andere vragen gesteld over de begeleiding, het beschikbare woningaanbod en de inspanningen die de corporatie en het stadsdeel hebben gedaan om tegemoet te komen aan de wensen van de bewoner. De vragen worden in overleg met de betreffende bewonerscommissie opgesteld. De resultaten van de enquête worden in een overleg tussen corporaties, bewoners en stadsdeel besproken, waaruit een advies over eventuele aanpassing
3.3 Voorrangspositie op de woningmarkt
- Stedelijk geldt dat legale hoofdbewoners die uit hun huis moeten omdat het gesloopt of ingrijpend gerenoveerd wordt de status van stadsvernieuwingskandidaat krijgen. Met deze status ontvangen zij een gratis abonnement op het Woningnetmagazine en zij kunnen zich met voorrang inschrijven op het gehele Amsterdamse woningaanbod wat hierin staat.
- Bij inschrijving op een woning uit het Woningnetmagazine wordt volgens afspraken de volgorde vastgesteld waarin de kandidaten in aanmerking komen. Zo zijn stadsvernieuwingskandidaten voorrangskandidaten, binnen deze categorie is de volgende volgorde afgesproken:
- Calamiteiten (absolute voorrang)
- Stadsvernieuwingskandidaten
- Medische en sociale voorrangskandidaten
- Stadsvernieuwingsbetrokkenen
- Andere kandidaten
- Als meerdere stadsvernieuwingskandidaten reageren op dezelfde woning, komen eerst die kandidaten die langer dan 5 jaar in het stadsdeel van de nieuwe woning wonen aan de beurt. Zij hebben voorrang boven stadsvernieuwingskandidaten die nog geen 5 jaar in het betreffende stadsdeel wonen of kandidaten die uit een ander stadsdeel komen.
- Als meerdere stadsvernieuwingskandidaten reageren op dezelfde woning, wordt de volgorde bepaald door de geplande sloopdatum. Als deze datum gelijk is, gaat de oudste in leeftijd voor.
- Inwonenden (en inwonende kinderen boven de 18 jaar) kunnen in sommige gevallen semi-stadsvernieuwingskandidaat worden en zich als voorrangskandidaat inschrijven op een beperkt deel van het aanbod uit het Woningnetmagazine. Zij ontvangen géén tegemoetkoming in de verhuiskosten.
3.4 Woningen voor ouderen
Voor ouderen vanaf 65 jaar die uit hun huis moeten omdat het gesloopt of gerenoveerd wordt bestaat de mogelijkheid om te verhuizen naar een woning in een beschermde woonomgeving (Wibo). Deze Wibo´s zijn bij elkaar gelegen, zelfstandige woningen met in de directe omgeving een dienstencentrum. De soort en het aantal aan te bieden diensten verschilt per complex. Voor deze Wibo´s gelden speciale toewijzingsregels. Deze woningen worden aangeboden in het Woningnetmagazine. De helft van deze woningen wordt toegewezen aan kandidaten met een indicatie van de Stichting Tot en Met. Bij deze woningen gaan stadsvernieuwingskandidaten met een indicatie voor op andere kandidaten met een indicatie. De andere helft wordt toegewezen aan kandidaten zonder indicatie. De toewijzingsvolgorde is als volgt:
- 75+ stadsvernieuwingskandidaten
- 75+ voorrangskandidaten
- 75+ kandidaten op woonduur
- 65+stadsvernieuwingskandidaten
- 65+ voorrangskandidaten
- 65+ kandidaten op woonduur
In het Woningnetmagazine staat bij sommige Wibo´s " Voorrang met indicatie Tot en Met" vermeld. Ook zonder indicatie kan men op deze woningen reageren. Het komt namelijk regelmatig voor dat er geen reacties zijn van mensen met een indicatie. In dat geval wordt de woning toegewezen volgens de hierboven genoemde volgorde. Een indicatie kan worden aangevraagd bij de Stichting Tot en Met.
Afspraken:
- De corporaties streven naar de realisatie van voldoende ouderenwoningen in de Spaarndammerbuurt.
- Voor een deel van de aanleunwoningen is een indicatie nodig van stichting Tot en Met. In bijzondere gevallen wordt maatwerk geleverd.
3.5 Garantie op passend aanbod in de nabije omgeving
- Stadsvernieuwingskandidaten komen in aanmerking voor een huurwoning die past bij de grootte van het huishouden en de hoogte van het inkomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een huurwoning in de Houthavens een inkomenstoets geldt. De normen hiervoor komen uit de Huisvestingsverordening en worden jaarlijks geïndexeerd. Het aantal kamers, de oppervlakte of de huur van de oude woning zijn hierbij niet van belang.
- De corporaties garanderen dat de stadsvernieuwingskandidaten uit de Spaarndammerbuurt altijd een passend aanbod krijgen aangeboden in de nabije omgeving. Passend betekent in dit geval zo mogelijk binnen de buurt en anders binnen het stadsdeel. De corporaties spannen zich in om de herhuisvesting in de nabije omgeving zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke woonplek te laten zijn, indien dit de wens is van de bewoner.
3.6 Spijtoptantenregeling bij verhuizing buiten het stadsdeel
De corporaties garanderen dat stadsvernieuwingskandidaten die hebben gekozen voor herhuisvesting buiten het stadsdeel en daarvan spijt krijgen, de mogelijkheid krijgen om terug te keren naar een passende woning in het stadsdeel van herkomst. Deze bewoners dienen dit binnen een jaar na verhuizing bekend te maken bij de corporatie van herkomst. Op basis van de oude woonduur kunnen zij binnen een periode van drie jaar een tweede maal (maar dan als doorstromer) reageren op vrijkomende huurwoningen in stadsdeel Westerpark. Zij kunnen drie jaar van deze mogelijkheid gebruik maken. Er wordt niet een tweede keer een bijdrage in de verhuiskosten uitgekeerd.
3.7 Informatievoorsprong bij huur en koop in het vernieuwingsgebied
De partijen stellen belangstellende bewoners van de Spaarndammerbuurt als eerste op de hoogte van vrijkomend aanbod aan nieuwbouwwoningen en gerenoveerde woningen (huur en koop) binnen het hele project SpaarndammerHout. Dit geldt dus ook voor de nieuwbouw in de Houthavens. Belangstellende bewoners uit de Spaarndammerbuurt kunnen hier als eerste op intekenen.
De volgordebepaling naar voorrang bij huurwoningen is:
- Stadsvernieuwingskandidaten uit het vernieuwingsgebied die daar tenminste 5 jaar wonen.
- Stadsvernieuwingskandidaten uit de rest van het stadsdeel die daar tenminste 5 jaar wonen.
- Overige stadsvernieuwingskandidaten.
Ten aanzien van koopwoningen geldt dat verkoop materiaal als eerste verspreid wordt onder de belangstellende stadsvernieuwingskandidaten uit de Spaarndammerbuurt. Vrijkomende koopwoningen worden in eerste instantie gepubliceerd in de Buurtkrant, een uitgave van het Wijkopbouworgaan. De verkopende corporatie stelt de criteria voor de volgordebepaling bij de toewijzing van koopwoningen vast.
3.8 Extra-kansregeling voor een nieuwbouwwoning
Indien stadsvernieuwingskandidaten door omstandigheden niet in aanmerking komen voor een nieuwbouwwoning in het vernieuwingsgebied van herkomst kunnen zij indien gewenst een extra kans krijgen op latere nieuwbouw in het betreffende vernieuwingsgebied. Genoemde bewoners worden dan eerst naar keuze elders gehuisvest, op basis van hun stedelijke vernieuwingsstatus, maar kunnen nog tot drie jaar na uitplaatsing opteren voor een nieuwbouwwoning in het vernieuwingsgebied van herkomst. Zij dienen dit op moment van uitplaatsing aan te geven en komen op een extra-kanslijst te staan. Zij behouden hun woonduur ten tijde van de peildatum. De woning moet wel passend zijn; er geldt dus wel een toets naar inkomen en gezinssamenstelling.
De "latere nieuwbouw " wordt vervolgens in eerste instantie aangeboden aan stadsvernieuwingskandidaten die op dat moment stadsvernieuwingskandidaat zijn. In tweede instantie wordt deze nieuwbouw aangeboden aan kandidaten op de extra-kanslijst. Criteria voor het bepalen van de volgorde zijn passendheid en woonduur. Indien ene bewoner in het kader van de extra-kansregeling in aanmerking komt voor een nieuwbouwwoning kan deze geen aanspraak maken op een bijdrage in de verhuiskosten. Deze wordt éénmaal verstrekt.
Samenvattend is de volgordebepaling van stadsvernieuwingskandidaten voor nieuwbouwwoningen binnen het project SpaarndammerHout (Spaarndammerbuurt én Houthavens) als volgt:
- Stadsvernieuwingskandidaten die al 5 jaar in de Spaarndammerbuurt wonen.
- Extra-kansers uit de Spaarndammerbuurt die elders wonen en in de 3 voorgaande jaren wegens sloop-nieuwbouw of hoogniveau-renovatie niet konden terugkeren in de Spaarndammerbuurt of de Houthavens.
- Overige stadsvernieuwingskandidaten.
3.9 Verhuizen naar een woning die gesloopt wordt
Om te voorkomen dat bewoners uit een herstructureringscomplex ongewild opnieuw te maken krijgt met stedelijke vernieuwing (sloop of ingrijpende renovatie) zijn de volgende afspraken gemaakt:
- Vrijkomende woningen in vernieuwingsgebieden worden door het Woningnet aangeboden met de mededeling dat plannen voor het gebied in voorbereiding zijn.
- Indien een concreet complex benoemd is voor herstructurering wordt in het Woningnetmagazine vermeld dat er plannen voor het complex in voorbereiding zijn.
- Bij het aanbieden van de woning door de corporatie wordt alle beschikbare informatie gegeven. De corporatie is verplicht de huurder te melden indien sloop of renovatie in het verschiet ligt.
Het is mogelijk dat ondanks de voorzorgsmaatregelen er toch bewoners zijn die opnieuw te maken krijgen stedelijke vernieuwing. Hiervoor is de volgende afspraak gemaakt:
- Bewoners die binnen een termijn van 5 jaar opnieuw stadsvernieuwingskandidaat zijn, kunnen opnieuw gebruik maken van hun oude woonduur.
- Deze bewoners hebben wederom recht op een verhuiskostenvergoeding.
3.10 "Klussenbus"
- Ter ondersteuning van bewoners in de Spaarndammerbuurt zullen de corporaties en stadsdeel gezamenlijk een klussenbus inzetten. Deze bus is gericht op het ondersteunen van bewoners bij verhuizing, herinrichting en kleine reparaties. Met name de oudere en minder valide bewoners kunnen veel baat hebben bij de kleine klussen die in huis moeten gebeuren.
- Inzet van de bus wordt gezien als een belangrijk middel om de herstructurering door de hele buurt op een positieve wijze onder de aandacht van de buurt te brengen en het onderstreept het collectieve karakter van de vernieuwing van de buurt.
- Bij de inzet van deze klussenbus wordt aansluiting gezocht bij de huidige ouderenconciërges die een deel van bovengenoemde klussen al uitvoeren.
- Voor een aantal klussen wordt een eigen bijdrage gevraagd.
3.11 Afspraken op complexniveau
Naast collectieve afspraken die voor alle renovatie-, samenvoeg- en sloopprojecten van toepassing zijn, worden er op complexniveau specifieke afspraken gemaakt tussen corporatie en bewonerscommissie. Te denken valt aan afspraken op de volgende gebieden:
- Woonwensenonderzoek
- Renovatieniveau
- Opties voor meer- en minderwerk bij renovatie
- Collectief een verhuizer inhuren
- Specifieke afspraken rond wisselwoningen
- Collectieve inboedelverzekering
- Tijdelijke inboedelopslag
- Vergoeding voor zelfaangebrachte voorzieningen
- Vergoeding voor schade tijdens de werkzaamheden
- Extra vergoeding, bovenop de stedelijke regelingen, voor ouderen en mindervaliden mét indicatie, voor het behang- en schilderwerk.
- Aanvulling op de vergoedingsregeling bij kleine renovaties
- Fasering peildatum en renovatiewerkzaamheden.
Een en ander wordt vastgelegd in een renovatiecontract
4. Financiële regelingen
In dit hoofdstuk staan de financiële regelingen vermeld die betrekking hebben op ondersteuning van bewoners bij stedelijke vernieuwingsingrepen. Andere algemenere regelingen van het rijk of van de gemeente zijn buiten beschouwing gelaten, waaronder huursubsidie, koopsubsidie, woonlastenfonds en de Amsterdamse Middensegment Hypotheek.
4.1 Verhuis- en herinrichtingsvergoeding
- In de Regeling Verhuis- en Herinrichtingskosten is vastgesteld dat bij sloop en ingrijpende renovatie de legale hoofdbewoners in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten van
€ 4.500,-. Om hiervoor in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals ze zijn vastgelegd inde Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Amsterdam 2001 (hoofdstuk 4) en voor zover deze subsidieverordening van kracht is. Één van deze voorwaarden is bijvoorbeeld dat alleen een verhuiskostenvergoeding wordt uitgekeerd als de sloop of ingrijpende renovatie van een woning is opgenomen in het stedelijk vernieuwingsplan.
- Het stadsdeel betaalt de verhuiskostenvergoeding.
- Bewoners die vóór de peildatum verhuizen ontvangen geen verhuiskostenvergoeding.
- De tegemoetkoming wordt na oplevering van de oude woning door de corporatie per bank/giro overgemaakt aan de huurder. Een eventuele huurachterstand wordt hiermee verrekend.
- Bij een niet ingrijpende renovatie biedt de woningcorporatie, afhankelijk van het soort verbeteringen, een vergoeding van € 500,-- of € 1.400,-- (zie hiervoor ook hoofdstuk 2).
4.2 Huurgewenning
Er is een huurgewenningsbijdrage voor huurders met een inkomen tussen de grens van de individuele huursubsidie en de ziekenfondsgrens die bij verhuizing een huursprong maken van meer dan € 50,-- per maand. De bijdrage bedraagt het eerste jaar 75% van het verschil tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,--, het tweede jaar 50% van het verschil tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,-- en het derde jaar 25% van het verschil in huurprijs tussen de oude en de nieuwe huur minus € 50,--. De bijdrage wordt betaald door de uitplaatsende corporatie. Bij een huursprong van € 180,-- of meer ( € 180 minus € 50) geldt een maximumbijdrage van € 130,--